Generatieve kunst en natuurbeleving

Onze interesse in de generatieve kunst is ontstaan tijdens onze studie aan de Rijksacademie voor Beeldende Kunsten, aan het einde van de jaren tachtig. We kregen destijds de indruk dat het kunstwerk vooral een strategisch instrument leek te zijn om de continuïteit van de geïnstitutionaliseerde kunstinstellingen te waarborgen. Elke maand moet er nieuw werk getoond worden, de productie moet doorgaan. De tijdschriften geven de meest uitgebreide en lovende reportages aan die galeries en kunstinstellingen die in hun blad grote dure advertentiepagina's kopen. Het zogenaamd nieuwe en interessante leek sterk verweven met wederzijdse commerciële belangen. We stelden toen vast dat de kunstwereld een generatief systeem is dat zichzelf in stand houdt. (Zie Model Spaces.) Daarbij liet het postmodernisme ons gedesillusioneerd achter met het standpunt dat er geen andere mogelijkheden meer bestaan dan de toeëigening van beelden uit andere culturen en van vroeger. Herhaling, hercombinatie, eclecticisme, het einde van de geschiedenis[1]. Als kunstenaars ervoeren we dat de associatieve neiging van onze menselijke geest de spontane ontwikkeling van nieuwe mogelijkheden kan verstoren. Door het volgen van onze intuïtie sluiten we vaak toegangswegen af die naar interessante resultaten hadden kunnen leiden.

In deze context ontstond het idee van het automatiseren van de productie van kunst. De onderliggende generatieve mechanismen van de kunstwereld kunnen hiermee worden blootgelegd en tegelijkertijd worden de culturele en de biologische beperkingen van de menselijke kunst hiermee omzeild. Aanvankelijk was dit idee een nogal nihilistisch antwoord op de machteloze situatie waarin we ons leken te bevinden. Maar al snel werd dit uitgangspunt een avontuur, toen we ons realiseerden hoe moeilijk en tegelijkertijd uitdagend het is om te streven naar een kunst waarbij spontane fenomenen systematisch worden opgewekt. Kunst die niet geheel wordt bepaald door de subjectieve keuzes van de mens maar in plaats daarvan, wordt gegenereerd door zelfstandig opererende processen. Een belangrijke inspiratiebron hierbij zijn de zelforganiserende processen in de ons omringende natuur: de complexe dynamiek van allerlei fysische en chemische processen en het genetisch-evolutionaire systeem van het organische leven dat continu nieuwe en originele vormen voortbrengt. Het is voor ons belangrijk om deze bestaande processen te observeren en vast te leggen. (Zie Landschapsfilms, Fulgurites Endoscopy en Tomato Habitus.) Zo zijn er in de afgelopen jaren onder meer een aantal vormverzamelingen ontstaan, de zogeheten Morfotheken. Elke Morfotheek laat de veranderingsfasen of de vormvariaties zien, die binnen een specifiek generatief proces tot uitdrukking kunnen komen. (Zie Morfotheek #12, Morfotheek #13 en Morfotheek #15.) In andere werken worden de vormveranderingen real time opgeroepen door middel van een machine. (Zie The Factory, Sandbox en Top-down Bottom-up). Naast het werken met natuurlijke processen, gebruiken we de computer voor het ontwikkelen van kunstmatige werelden met zelforganiserende eigenschappen. We willen zien wat er gebeurt als we zelf een groeiproces beschrijven in een computerprogramma. Geen simulatie van de wetten die gelden in onze fysische wereld, maar in plaats daarvan het definiëren van een kunstmatige natuur*, met fictieve wetten die een geheel eigen wereld constitueren. Door het ontwikkelen van generatieve programma's ontsluiten we werelden die hun eigen spontane expressies laten zien. Expressies die de inwendige structuren van een kunstmatige natuur in al zijn variaties zichtbaar maakt, met een hoge mate van detaillering en vaak van grote schoonheid. (Zie Breed, E-volver and Accretor)

De visuele resultaten van de virtuele groeiprocessen beelden niets af, maar ze komen voort uit een logisch en direct gebruik van het medium en zijn formele beeldmiddelen. Dit getuigt van een aanpak die verwant is aan de concrete kunst die zijn oorsprong vindt in het modernisme. Het kunstwerk zelf is de werkelijkheid. Jean Arp:"Wij willen de natuur niet kopiëren; wij willen niet reproduceren maar produceren. Wij willen produceren zoals een plant zijn fruit produceert. Wij willen direct produceren, en niet langer via interpretatie.(...) Kunstenaars moeten hun werken van concrete kunst niet signeren. Die schilderijen, beelden en objecten moeten anoniem blijven; ze vormen een onderdeel van de grote werkplaats van de natuur zoals ook bomen doen en wolken, dieren en mensen..." [2]. De concrete kunst wijst de vertechnologisering en industrialisatie niet af, maar ze wil het nieuwe tijdperk van een passende beeldtaal voorzien. Wij delen deze aanpak, maar in tegenstelling tot het modernistische kunstwerk - dat door rationele ordening en reductie van beeldmiddelen de universele harmonie van de werkelijkheid probeert bloot te leggen [3] - streven wij in de uiteindelijke resultaten juist naar complexiteit, onvoorspelbaarheid en pluriformiteit. Het harmonie-model heeft bij ons plaatsgemaakt voor de overtuiging dat toeval, zelforganisatie en evolutie de werkelijkheid ordenen en transformeren. Wetenschappelijke inzichten en technologiën dragen in deze dus bij aan een voortzetting en bijstelling van oudere modernistische en expressionistische idealen. De concrete en formele aanpak kan nu een verbinding aangaan met nieuwe mogelijkheden die liggen besloten in het procedurele karakter van de computer. Het is voor ons een uitdaging om - in samenwerking met de technologie - kunstmatige, levendige werelden te creëeren, en ze zodanig verfijnd te ontwerpen dat ze nieuwe manieren van natuurbeleving kunnen oproepen.

- - - - - - - - -

* Het begrip "natuur" wordt veelal gebruikt in de betekenis van ongerept land, een gebied dat niet is aangeraakt of gecultiveerd door de mens. In bredere zin echter betekent natuur "aard" of "karakter". Zo bezien, is natuur de uitdrukking van de onderliggende wetten die samen een wereld of entiteit vormen. Deze fundamentele natuurwetten bepalen welke ontwikkelings-, groei- en transformatieprocessen mogelijk zijn en welke niet.

[1] Jean Baudrillard, "Les stratégies fatales", Grasset & Fasquelle, Parijs, 1983
[2] Jean Arp, "Abstract Art, Concrete Art", in: Art of This Century, New York, 1942
[3] Piet Mondriaan, "Le Néo-Plasticism", Rosenberg, Parijs, 1920


driessens & verstappen biography introduction